De hele reis
Alle havens van Bergen tot Kirkenes, met wat er te zien is.
Dag 1, zaterdag 31 oktober
Bergen (avond)
Het vertrekpunt. De houten pakhuizen van Bryggen aan de haven stammen uit de tijd van de Hanze, toen Duitse kooplieden hier de handel in gedroogde vis uit het noorden beheersten. Bryggen staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Bergen ligt tussen zeven bergen en is een van de natste steden van Europa: het regent er vaker wel dan niet. Met de kabelbaan naar de Fløyen heb je het beste uitzicht over haven en stad.
Dag 2, zondag 1 november
Florø (nacht)
De westelijkste stad van Noorwegen. Florø werd groot door de haringvangst in de negentiende eeuw en is nu een uitvalsbasis voor de olie- en gasvelden in de Noordzee.
Het schip legt hier midden in de nacht kort aan. Vanaf hier liggen er duizenden eilandjes en scheren langs de route.
Måløy (vroege ochtend)
Vissersstadje aan een smalle zeestraat, met een hoge boogbrug naar het vasteland. Op tweede kerstdag 1941 vielen Britse en Noorse commando's hier de Duitse bezetter aan, de zogeheten Operatie Archery.
Kijk naar de visfabrieken langs de kade: Måløy is nog steeds een van de grootste vishavens van het land.
Torvik (ochtend)
Een klein haventje op het eiland Leinøy. Het is vooral een overstappunt; de meeste passagiers blijven aan boord.
Iets ten westen ligt het vogeleiland Runde, in de zomer vol papegaaiduikers. In november zijn die op zee, maar zeearenden zie je hier het hele jaar.
Ålesund (middag)
In januari 1904 brandde bijna de hele stad af. Ålesund werd in drie jaar herbouwd in jugendstil, mede met geld en materiaal van de Duitse keizer Wilhelm II, die hier graag op vakantie kwam. Daardoor ziet het centrum er uit als één samenhangend geheel van torentjes en sierlijke gevels.
Wie van boord gaat: 418 treden vanuit het stadspark naar uitkijkpunt Fjellstua op de berg Aksla. Je kijkt dan uit over de stad, de eilanden en de bergen van Sunnmøre.
Molde (avond)
De ‘rozenstad’, vanwege het milde klimaat en de vele tuinen. In april 1940 schuilden koning Haakon VII en kroonprins Olav hier voor Duitse bombardementen; de foto van hen onder een berk is in Noorwegen beroemd.
Vanaf Molde zie je bij helder weer het ‘Molde-panorama’: 222 besneeuwde bergtoppen aan de overkant van de fjord.
Kristiansund (late avond)
Gebouwd op vier eilanden. Kristiansund werd rijk met klipvis: kabeljauw die gezouten en op de rotsen gedroogd werd, en die naar Spanje en Portugal ging. De Portugese bacalhau komt voor een groot deel hier vandaan.
Tussen de eilanden varen kleine pontjes, de Sundbåten. Het is een van de oudste nog werkende openbaar-vervoerlijnen ter wereld.
Dag 3, maandag 2 november
Trondheim (ochtend)
De derde stad van Noorwegen en in de vikingtijd de hoofdstad, toen nog Nidaros genoemd. De Nidarosdom is gebouwd boven het graf van Sint-Olav en is al bijna duizend jaar het eindpunt van een pelgrimsroute. Noorse koningen worden hier ingezegend.
Het schip ligt hier een paar uur. Loop over de oude stadsbrug naar Bakklandet, met gekleurde houten pakhuizen op palen in de rivier.
Rørvik (avond)
Hoofdplaats van de eilandengroep Vikna, met honderden eilanden en scheren. De zalmkweek is hier groot; je ziet de ronde kweekkooien in het water liggen.
Het schip vaart hier door smalle geulen tussen kale rotseilanden. De vuurtorens zijn in het donker goed te zien.
Dag 4, dinsdag 3 november
Brønnøysund (nacht)
Brønnøysund noemt zichzelf het middelpunt van Noorwegen. Ook het Noorse handelsregister, vergelijkbaar met onze KvK, zit hier.
Vlak voor of na Brønnøysund vaart het schip langs de berg Torghatten, met een groot gat er dwars doorheen.
Sandnessjøen (vroege ochtend)
Stadje aan de voet van de bergketen De Zeven Zusters. Volgens de sage waren het zeven trollenzussen die bij zonsopgang in steen veranderden.
De lange tuibrug, de Helgelandsbrug, verbindt het eiland met het vasteland.
Nesna (vroege ochtend)
Klein dorp op een schiereiland, bekend om zijn lerarenopleiding. Kort na Nesna gaat het schip de poolcirkel over.
Hou de omroep in de gaten: het passeren van de poolcirkel wordt aan boord gevierd.
Ørnes (ochtend)
Ørnes ligt aan de rand van het gebied van de Svartisen, de op één na grootste gletsjer van Noorwegen.
Kijk landinwaarts: bij helder weer zie je het blauwige ijs van de gletsjer tussen de bergen.
Bodø (middag)
Bodø werd in 1940 grotendeels platgebombardeerd en daarna modern herbouwd. In 2024 was het Culturele Hoofdstad van Europa. Er zijn hier veel zeearenden.
Ruim 30 kilometer verderop ligt de Saltstraumen, de sterkste getijdenstroom ter wereld: elke zes uur perst het tij zich door een smalle zeestraat, met draaikolken als gevolg.
Stamsund (avond)
Het eerste stopje op de Lofoten. Een vissersdorp met rode houten huisjes op palen, de rorbuer, waar vissers vroeger in het visseizoen woonden.
Van januari tot april komt de skrei, de kabeljauw uit de Barentszzee, hier paaien. Dan hangen de droogrekken vol stokvis.
Svolvær (late avond)
Hoofdplaats van de Lofoten. Boven de stad staat de Svolværgeita, een rotspunt met twee ‘hoorns’. Klimmers springen van de ene naar de andere hoorn.
De bergwand van de Lofoten, de ‘Lofotmuur’, is al van ver vanaf de zee te zien, ook bij het oversteken van de Vestfjord.
Dag 5, woensdag 4 november
Stokmarknes (nacht)
De geboorteplaats van de Hurtigruten. Kapitein Richard With begon hier in 1893 een snelle postboot langs de kust. Het oude schip MS Finnmarken staat hier op de wal als museum.
De route is ruim 130 jaar oud: tot de wegen er kwamen was dit de enige snelle verbinding voor post, goederen en mensen in het noorden.
Sortland (nacht)
De ‘blauwe stad’: in een kunstproject zijn veel gebouwen in tinten blauw geschilderd.
Sortland ligt op de Vesterålen, de eilandengroep ten noorden van de Lofoten.
Risøyhamn (vroege ochtend)
Hier vaart het schip door de Risøyrenna, een uitgebaggerde vaargeul die zo smal en ondiep is dat boeien en lichten precies de weg wijzen.
Ga als het kan even aan dek: het schip lijkt over land te varen, zo dicht liggen de oevers.
Harstad (ochtend)
De op één na grootste stad van Noord-Noorwegen. Iets buiten de stad staat de Trondenes-kerk uit de middeleeuwen, een van de noordelijkste stenen kerken uit die tijd.
In de buurt staat ook het Adolfkanon, een gigantisch Duits kustkanon uit de Tweede Wereldoorlog.
Finnsnes (ochtend)
De poort naar Senja, het op één na grootste eiland van Noorwegen, bekend om zijn grillige bergen die recht uit zee rijzen.
Het schip vaart onder de Gisundbrug door, die Senja met het vasteland verbindt.
Tromsø (middag)
De grootste stad boven de poolcirkel, ook wel het ‘Parijs van het Noorden’. Van hieruit vertrokken poolreizigers als Roald Amundsen. De IJszeekathedraal, met zijn driehoekige witte gevel, staat aan de overkant van de brug.
Tromsø ligt midden in de noorderlichtzone. Eind november gaat hier de zon onder en komt pas half januari weer op: de poolnacht.
Skjervøy (avond)
Vissersplaats op een eiland. In 1896 legde het poolschip Fram van Fridtjof Nansen hier aan bij de terugkeer van zijn beroemde tocht door het poolijs.
Vanaf hier wordt het landschap kaler en ruiger; bomen worden zeldzaam.
Dag 6, donderdag 5 november
Øksfjord (nacht)
Klein dorp aan een fjord onder de Øksfjordjøkelen, een gletsjer die vroeger rechtstreeks in zee afbrak.
We zijn nu in Finnmark, de noordelijkste en grootste provincie van Noorwegen, en het hart van het Samische gebied.
Hammerfest (vroege ochtend)
Een van de noordelijkste steden ter wereld. Hammerfest had in 1891 als eerste stad in Noord-Europa elektrische straatverlichting. In de winter lopen er rendieren door de straten.
Bij de haven staat de Meridiaanzuil, onderdeel van de Struve-boog: een 19e-eeuwse meting van de vorm van de aarde, nu UNESCO-werelderfgoed.
Havøysund (ochtend)
Vissersdorp aan de open zee, met een windpark op de heuvels erboven.
De stukken open zee hier kunnen ruig zijn. Bij deining helpt het om midscheeps en laag in het schip te zitten.
Honningsvåg (middag)
De haven voor de Noordkaap. De klif van ruim 300 meter hoog geldt als het noordelijkste punt van Europa, al steekt een rotspunt ernaast stiekem nog iets verder uit.
Vanaf hier gaan bussen naar het Noordkaapplateau met de bekende wereldbol. Het kan er spookachtig stil en donker zijn.
Kjøllefjord (avond)
Bij de ingang van de fjord staat de Finnkirka, een rotsformatie die op een kerk lijkt. Voor de Samen was het een heilige offerplaats.
Kijk bij het binnenvaren van de fjord goed naar de kustlijn: daar staat de Finnkirka.
Mehamn (avond)
Hier vlakbij ligt Kinnarodden, het noordelijkste punt van het Europese vasteland (de Noordkaap ligt op een eiland).
Bij helder, donker weer is deze kust een van de beste plekken voor noorderlicht.
Berlevåg (nacht)
Het dorp werd bekend door het mannenkoor uit de film ‘Cool and Crazy’ (2001), dat ook in storm buiten op de kade zingt.
De haven ligt achter lange golfbrekers, omdat de Barentszzee hier vol op de kust staat.
Båtsfjord (nacht)
Een van de belangrijkste vissersplaatsen van Finnmark, met grote visfabrieken.
Hier liggen vaak trawlers in de haven die in de Barentszzee vissen.
Dag 7, vrijdag 6 november
Vardø (nacht)
De oostelijkste stad van Noorwegen, oostelijker dan Sint-Petersburg en Istanbul. In de zeventiende eeuw werden hier tientallen mensen als heks veroordeeld en verbrand. Daaraan herinnert het Steilneset-monument van architect Peter Zumthor en kunstenaar Louise Bourgeois.
Het achthoekige fort Vardøhus is een van de noordelijkste vestingen ter wereld.
Vadsø (ochtend)
Stad met veel Fins (Kveens) erfgoed. Hier staat nog de mast waaraan de luchtschepen Norge (1926) en Italia (1928) vastlagen voor hun tochten naar de Noordpool.
Je vaart nu de Varangerfjord in, richting de Russische grens.
Kirkenes (ochtend)
Het eindpunt, ruim 2000 kilometer ten noordoosten van Bergen. De Russische grens ligt hier op een kwartier rijden en de straatnaambordjes zijn ook in het Russisch. In de Tweede Wereldoorlog was Kirkenes een van de zwaarst gebombardeerde plaatsen van Europa.
Populaire uitstapjes: een koningskrabsafari, een sneeuwhotel en een tocht met hondensleden.
Onderweg te zien
Stad
Het schiereiland Stad steekt ver uit in de open zee. Hier ontmoeten Noordzee en Noorse Zee elkaar en het is een van de ruigste stukken van de route. Er zijn al jaren plannen voor een scheepstunnel dwars door het schiereiland, zodat schepen dit stuk kunnen vermijden.
Runde
Vogeleiland met in de zomer honderdduizenden zeevogels, waaronder papegaaiduikers en jan-van-genten. Op de zeebodem rond het eiland ligt het wrak van een Nederlands VOC-schip, de Akerendam, dat hier in 1725 verging met een lading munten.
Hustadvika
Een berucht open stuk zee zonder beschutting van eilanden, met veel ondiepe rotsen. Aan land loopt hier de Atlanterhavsveien, een weg die met bruggen van eilandje naar eilandje springt.
Torghatten
Een berg met een gat erdoorheen van zo'n 160 meter lang. Volgens de sage schoot een trol een pijl op een meisje af; een andere trol gooide zijn hoed ertussen, en die hoed werd de berg met het gat.
De Zeven Zusters
Zeven toppen op een rij, tot ruim 1000 meter hoog. Volgens de sage zeven trollenzussen die bij zonsopgang in steen veranderden.
Poolcirkel
Op het eilandje Vikingen staat een wereldbol die de poolcirkel markeert (66°33′ noord). Ten noorden hiervan gaat de zon in de winter minstens één dag niet op en in de zomer minstens één dag niet onder. Aan boord krijg je traditioneel ijswater in je nek als ‘doop’.
Svartisen
De op één na grootste gletsjer van Noorwegen. Een van de uitlopers, de Engabreen, komt tot vlak bij zeeniveau.
Saltstraumen
De sterkste getijdenstroom ter wereld. Vier keer per dag stroomt hier tot 400 miljoen kubieke meter water door een zeestraat van 150 meter breed, met snelheden tot ruim 35 km per uur.
Vestfjord
Het brede stuk zee tussen het vasteland en de Lofoten. Kan bij westenwind behoorlijk deinen. Aan de overkant rijst de Lofotmuur op: een keten van spitse bergen recht uit zee.
Raftsundet en Trollfjord
Een smalle zeestraat tussen de Lofoten en de Vesterålen. Bij goed weer vaart het schip soms de Trollfjord in: twee kilometer lang, op het smalste punt zo'n honderd meter breed, met bijna loodrechte wanden. Het schip draait helemaal aan het einde om. In de winter gebeurt dat met zoeklichten.
Noordkaap
De klif op het eiland Magerøya, op 71°10′ noord. Tussen hier en de Noordpool ligt alleen nog de Barentszzee en Spitsbergen.
Russische grens
Bij Storskog ligt de enige grensovergang tussen Noorwegen en Rusland. De grens is hier ruim 190 kilometer lang en volgt grotendeels een rivier, de Pasvikelva.
Weetjes
Hurtigruten betekent ‘de snelle route’
In 1893 begon kapitein Richard With een wekelijkse postboot van Trondheim naar Hammerfest. Tot er wegen en vliegvelden kwamen, was dit de levensader van het noorden. Nog steeds varen er elke dag schepen in beide richtingen, met post, vracht en dorpelingen naast de toeristen. Tegenwoordig varen twee rederijen dezelfde route: Hurtigruten en Havila.
Noorderlicht
November is een goede maand: het is lang donker en het noorderlicht is vanaf de poolcirkel regelmatig te zien. Het ontstaat als deeltjes van de zon botsen met de lucht hoog in de atmosfeer. Op het schip wordt meestal omgeroepen als het zichtbaar is. Tip: met je telefoon in de nachtstand zie je de kleuren vaak beter dan met het blote oog.
Waarom de havens niet bevriezen
Op deze breedte ligt elders in de wereld de zee maandenlang vol ijs. Langs de Noorse kust blijft het water open door de Golfstroom, die warm water uit de Golf van Mexico tot hier brengt.
De poolnacht
Hoe noordelijker, hoe korter de dagen. Boven de poolcirkel verdwijnt de zon eind november helemaal; in Tromsø van ongeveer 27 november tot half januari. Helemaal pikdonker is het dan niet: rond het middaguur is er een paar uur blauw schemerlicht.
Een kustlijn van 100.000 kilometer
Hemelsbreed is de Noorse kust zo'n 2500 kilometer. Tel je alle fjorden en eilanden mee, dan kom je op ongeveer 100.000 kilometer: twee en een half keer om de aarde.
De Samen
In het noorden wonen de Samen, het oorspronkelijke volk van Lapland. Veel plaatsnamen in Finnmark hebben ook een Samische naam, en rendierhouderij is hier nog steeds een gewoon beroep.